Nederland, augustus 2025 – De recente moordzaak rond de 17-jarige Lisa leidde opnieuw tot verhitte debatten over veiligheid en asielbeleid. De prangende vraag: komen asielzoekers vaker in aanraking met justitie? De meest recente cijfers laten zien dat het antwoord genuanceerder is dan men soms denkt.
Klein aandeel verdacht van misdrijf
Van de ruim 106.000 mensen die in 2024 op COA‑locaties verbleven, werd slechts 3 procent verdacht van een misdrijf — terwijl 9 procent betrokken was bij een incident zoals verbale agressie of dreigend gedrag. Het betreft dus een kleine groep die werkelijk bij criminaliteit betrokken is.
Daarnaast zijn dossiers van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) positief gestemd: in vergelijking met voorgaande jaren is het aantal verdachten binnen asielzoekerscentrums zelfs gedaald, ondanks een groeiende instroom.
Mannen, minderjarigen en verhuurgevoeligheid
Prominent in de cijfers is dat vooral mannen en minderjarigen relatief vaker worden verdacht van delicate misdrijven zoals vermogensdelicten — denk aan diefstal of winkeldiefstal. Wat extra zorg wekt: het aandeel jongeren dat betrokken raakt, is toegenomen. In 2024 was maar liefst 22 procent van de verdachten minderjarig, tegenover 11 procent in het voorgaande jaar.
Hoe verhoudt zich dat tot de rest van de samenleving?
Als vergeleken wordt met de totale bevolking, valt op dat het percentage asielzoekers verdacht van misdrijven relatief laag is, zeker gezien hun vaak kwetsbare positie. Desondanks tonen internationale studies aan dat asielmigranten wel iets vaker in politiecijfers opduiken wanneer niet gecorrigeerd wordt voor leeftijd, geslacht of sociaaleconomische factoren.
Onder verzoekers met een zwakkere verblijfsstatus — zoals afgewezen asielzoekers — is de betrokkenheid bij criminaliteit meestal gerelateerd aan “subsistence crime” zoals winkeldiefstal of documentfraude. Die vorm van criminaliteit wordt deels verklaard door het beperkte toegang tot sociale voorzieningen en werk.
In veel gemeenten blijkt het beeld van overlast door asielcentra niet overeen te komen met de realiteit. Uit gemeentelijke evaluaties blijkt dat de meeste plaatsen geen toename in overlast of criminaliteit ervaren door de aanwezigheid van een AZC.
Eerdere rapporten waarschuwen voor de ongerechtvaardigde framing van asielzoekers als crimineel risico. De meeste incidenten worden veroorzaakt door een klein percentage, terwijl het merendeel geen noemenswaardige problemen veroorzaakt.
Aandacht voor jongeren in opvang
WODC-onderzoekers pleiten voor extra ruimte en begeleiding voor kwetsbare groepen, zoals alleenstaande minderjarige asielzoekers. Deze jongeren lopen extra risico op betrokkenheid bij delicten, vooral in grotere opvanglocaties waar begeleiding soms tekortschiet. Tegelijkertijd wordt structurele ondersteuning verlangd om herhaling van incidenten te voorkomen.
Complexe oorzaken, beleidsimplicaties
De statistieken laten zien dat het merendeel van de asielzoekers niet betrokken is bij criminaliteit, maar dat specifieke groepen — mannelijke en minderjarige bewoners, mensen met zwakke verblijfsstatus — vaker in politiecijfers terugkomen. Tegelijkertijd moet de publieke perceptie genuanceerd worden bijgesteld: politieke polarisering kan al snel leiden tot overdreven beeldvorming.
Datop zich weer tot beleidsmaatregelen moet leiden: versnelde procedures voor asielaanvragen, betere begeleiding van jongeren, en investeringen in integratie kunnen bijdragen aan meer veiligheid — zonder algemene stigmatisering.
Conclusie: Hoewel sommige groepen binnen de asielzoekerspopulatie relatief vaker in aanraking komen met de politie, betreft het een kleine minderheid. Het is cruciaal om te kijken naar de sociale en juridische context, vooral bij kwetsbare doelgroepen, in plaats van te vervallen in stereotype generalisaties. Laat me weten als je achtergrondverhalen wilt over vergelijkbare patronen in andere landen of juist beleidsreacties van gemeenten.