Na weken van politieke spanning en intensieve gesprekken hebben D66, VVD en CDA de knoop doorgehakt: zij willen samen een kabinet vormen, zonder JA21. Daarmee stevent Nederland af op een zeldzaamheid in de parlementaire geschiedenis: een ‘echt’ minderheidskabinet, dat in de Tweede Kamer kan rekenen op slechts 66 van de 150 zetels. Het besluit werd genomen na een tweedaags overleg op landgoed De Zwaluwenberg.
De keuze voor een minderheidskabinet was voor geen van de partijen de eerste voorkeur. Lange tijd werd gezocht naar een bredere coalitie die wél een parlementaire meerderheid zou opleveren. Die zoektocht liep echter vast. Een samenwerking met GroenLinks-PvdA zou de zetels opleveren die nodig waren voor een stabiele meerderheid, maar die optie werd door de VVD resoluut van tafel geveegd. Daarmee bleef een coalitie van drie middenpartijen over, met alle risico’s van dien.
Ook de mogelijkheid om JA21 aan te laten schuiven is uitgebreid besproken. Met die partij erbij zou het totaal uitkomen op 75 zetels: geen meerderheid, maar ook geen uitgesproken minderheid. Toch besloten D66, VVD en CDA uiteindelijk om JA21 buiten de formatie te houden. De ideologische verschillen bleken te groot, met name op gevoelige dossiers als stikstofbeleid, klimaatmaatregelen en internationale en Europese samenwerking. Bovendien zou een dergelijke combinatie in de Eerste Kamer ver verwijderd blijven van een meerderheid, wat de bestuurbaarheid verder zou compliceren.
D66-leider Rob Jetten lichtte de beslissing toe tijdens een gezamenlijke verklaring met VVD-leider Dilan Yesilgöz en CDA-voorman Henri Bontenbal. Volgens Jetten was een uitbreiding met JA21 “op dit moment niet verstandig, gezien alles wat er moet gebeuren”. De drie partijen hebben volgens hem vertrouwen dat zij samen tot werkbare afspraken kunnen komen, ondanks het ontbreken van een vaste meerderheid.
Opvallend is dat ook het CDA bewust kiest voor deze constructie. Binnen de partij werd begin deze week de conclusie getrokken dat een minderheidskabinet zonder JA21 stabieler zou kunnen zijn dan een bredere, maar inhoudelijk verdeelde coalitie. Die inschatting gaf uiteindelijk de doorslag in het formatieproces.
Het minderheidskabinet dat nu in de steigers staat, zal zich voortdurend tot de oppositie moeten wenden om steun te verwerven voor wetgeving en begrotingen. Nederland kent nauwelijks ervaring met dergelijke kabinetten. Het laatste echte minderheidskabinet dateert uit 1939 en hield slechts twee dagen stand. Recente geschiedenis laat zien dat ook gedoogconstructies riskant zijn: het kabinet-Rutte I viel toen politieke steun wegviel op het moment dat ingrijpende bezuinigingen nodig waren.
Gedoogsteun van één vaste oppositiepartij lijkt voor het nieuwe kabinet niet aan de orde. Zowel GroenLinks-PvdA als JA21 heeft al laten weten daar weinig voor te voelen. De meest waarschijnlijke route is daarom een politiek van wisselende meerderheden, waarbij per onderwerp wordt gezocht naar steun aan de linker- of rechterkant van de Kamer. Juist daarin zien D66, VVD en CDA hun kracht: als middenblok kunnen zij in theorie naar beide kanten bewegen.
Intussen wordt achter de schermen stevig dooronderhandeld over de financiële koers van het kabinet. D66 en CDA pleiten voor forse investeringen om onder meer de energie- en stikstofcrisis het hoofd te bieden en staan open voor een soepelere omgang met begrotingsregels. De VVD is traditioneel terughoudender en hamert op budgettaire discipline. Tegelijkertijd is duidelijk dat extra uitgaven onvermijdelijk zijn, onder meer door hogere defensiekosten, de druk op de asielopvang en de gevolgen van de vergrijzing.
De komende weken moeten uitwijzen of de drie partijen deze verschillen kunnen overbruggen. De ambitie is om uiterlijk 30 januari een coalitieakkoord te presenteren. Daarna volgt een debat in de Tweede Kamer en kan een formateur worden aangewezen, die doorgaans ook de beoogde premier is.
Bij JA21 overheerst teleurstelling. Partijleider Joost Eerdmans spreekt van een gemiste kans en stelt dat de stem van de rechtse kiezer onvoldoende wordt weerspiegeld nu zijn partij buiten de coalitie blijft. Toch is met het besluit van vrijdag vooral één ding bereikt: duidelijkheid. Na een lange formatie lijkt de weg nu vrij voor een nieuw kabinet, zij het één dat zijn meerderheden telkens opnieuw zal moeten bevechten.









