Amsterdam – Jonge Syrische asielzoekers verblijvend in Nederlandse opvanglocaties worden in toenemende mate benaderd door criminele netwerken voor drugscriminaliteit en geweldsdelicten. Criminelen ronselen hen voor taken als drugskoerier, uithaler in havens of zelfs het plaatsen van explosieven. Instanties, politie en hulporganisaties slaan alarm over de kwetsbare positie van deze minderjarigen en wijzen op structurele problemen in het asiel- en opvangbeleid.
De problematiek kwam recent opnieuw in de schijnwerpers te staan na een dodelijke schietpartij op Nieuwjaarsdag in Amsterdam Nieuw-West. Daarbij kwamen twee jonge Syriërs van 16 en 18 jaar om het leven. Een derde wist te ontkomen. De slachtoffers verbleven in de tijdelijke opvang voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv’ers), op korte afstand van de plek van de liquidatie.
Onderzoek naar crimineel conflict
De politie onderzoekt meerdere scenario’s rond de schietpartij. „Een crimineel conflict is daar één van,” bevestigt een politiewoordvoerder. Over de precieze aanleiding is nog niets vastgesteld. In de Syrische gemeenschap circuleren verhalen dat de jongeren mogelijk betrokken waren bij drugsbezorging en geld zouden hebben achtergehouden, of schulden hadden bij criminelen. Deze informatie is niet bevestigd.
Tijdens een herdenkingsmoment op de plek van de schietpartij gaven aanwezige leeftijdsgenoten aan niets te weten over de achtergrond van het geweld, of wilden daar niet over spreken.

Toename van incidenten
Dat Syrische asieltieners steeds vaker in beeld komen bij criminaliteit staat volgens betrokken instanties vast. Uit cijfers van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC) over 2024 blijkt dat ruim een derde van de alleenstaande minderjarige asielzoekers betrokken was bij een incident in de opvang. Acht procent werd verdacht van een misdrijf. In totaal werden vorig jaar ongeveer 16.200 incidenten geregistreerd, een stijging van 21 procent ten opzichte van 2023. Syriërs vormen daarbij de grootste groep.
Volgens burgemeester Ahmed Marcouch van Arnhem is de situatie zorgwekkend. „Het is inmiddels vijf voor twaalf,” waarschuwde hij eerder. In Arnhem zijn er gemiddeld één à twee keer per week ernstige incidenten waarbij minderjarige Syrische asielzoekers betrokken zijn.
Ook landelijk klinkt de roep om ingrijpen. Tweede Kamerlid Diederik Boomsma (JA21) diende een motie in voor aanvullende maatregelen en een landelijk actieplan gericht op deze groep. De motie werd aangenomen.
Kwetsbare positie
De Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen, Conny Rijken, wijst op de kwetsbare positie van Syrische jongeren. „Syrië wordt door de overheid steeds vaker als relatief veilig aangemerkt. Daardoor hebben deze jongeren minder kans op een verblijfsvergunning en dus weinig toekomstperspectief. Dat maakt hen extra gevoelig voor ronseling.”
Ook Defence for Children herkent het beeld. Volgens directeur Renée Roodhuizen vergroot de druk op het opvangsysteem de problemen. „Er is een gebrek aan intensieve begeleiding, lange procedures, weinig dagbesteding en veel verhuizingen. Dat alles maakt jongeren vatbaar voor verkeerde invloeden.”
De vele overplaatsingen bemoeilijken volgens Rijken het toezicht. „Als jongeren steeds naar een andere locatie worden verplaatst, is het lastig om zicht te houden op hun netwerk en om vertrouwen op te bouwen.”
Rol van opvang en voogdij
Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) erkent dat alleenreizende minderjarigen in een kwetsbare positie verkeren. „Sommige jongeren kunnen daardoor gevoelig zijn voor druk van anderen,” zegt een woordvoerder. Jongeren kunnen zich vrij bewegen op en rond opvanglocaties en komen gemakkelijk in contact met personen met slechte bedoelingen.
Het COA werkt samen met politie en voogdijorganisatie Nidos. Minderjarige asielzoekers staan onder toezicht van een voogd. Van de circa vierduizend alleenstaande minderjarigen die vorig jaar naar Nederland kwamen, was bijna de helft Syrisch. Veel van hen zijn vooruitgestuurd door familie, met het oog op latere gezinshereniging.
Nidos signaleert dat het gedrag van sommige Syrische jongeren verhardt. „We zien meer agressie en ontsporing, mede door onzekerheid en stress,” zegt een woordvoerder. Waar nodig worden extra jeugdbeschermers, jongerencoaches en gedragsdeskundigen ingezet.

Ronseling begint klein
Volgens Sjoerd van Bemmel van hulpplatform Keerpunt klopten vorig jaar meer dan vijfhonderd jongeren anoniem aan omdat zij onder druk werden gezet door criminelen. „Het begint vaak met kleine klusjes, zoals op de uitkijk staan. Daarna volgt zwaarder werk. Wie weigert, wordt bedreigd of afgeperst.”
Het eerste contact vindt vaak plaats op schoolpleinen of ontmoetingsplekken en verplaatst zich later naar sociale media. „Criminelen beloven geld, status en bescherming. Voor jongeren die zich verloren voelen, kan dat aantrekkelijk zijn,” zegt Van Bemmel.
Oproep tot preventie
Voorzitter Nine Kooiman van de Nederlandse Politiebond waarschuwt dat de politie vaak pas wordt ingeschakeld als het al misgaat. „Dan ben je te laat. Preventie en vroegsignalering moeten prioriteit krijgen, in samenwerking met scholen, opvanglocaties en hulpinstanties.”
Volgens betrokken organisaties is een structurele aanpak noodzakelijk om te voorkomen dat kwetsbare jongeren verder afglijden in criminaliteit. „Zonder perspectief, begeleiding en stabiliteit blijven zij een makkelijke prooi,” klinkt het eensgezind.










