De Nederlandse wetgeving rond contante betalingen is per 1 januari 2026 ingrijpend veranderd: het is niet langer toegestaan om bij de aankoop van goederen zoals een auto, motor of andere waardevolle zaken een contante betaling boven €3.000 te doen of te accepteren. Met deze maatregel wil de overheid het witwassen van geld en financiële criminaliteit verder terugdringen, maar de verandering heeft ook directe gevolgen voor consumenten en bedrijven.
De nieuwe regels zijn vastgelegd in een wijziging van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft). Daarin staat dat ondernemers, waaronder autohandelaren en andere detailhandelaren in goederen, geen cashtransacties van €3.000 of meer mogen accepteren of verrichten. Dit verbod geldt voor alle vormen van contant geld, ook als een koper of verkoper meerdere kleinere bedragen wil samenvoegen om boven de grens uit te komen. Betalingen dienen voortaan via een bankoverschrijving, pinpas, creditcard of een ander elektronisch traceerbaar betaalsysteem te verlopen.
Achtergrond: doelstellingen tegen financiële criminaliteit
De overheid introduceert deze limiet als onderdeel van een bredere aanpak om financiële criminaliteit aan te pakken. Contant geld biedt tot op heden een relatief anonieme manier om grote bedragen over te dragen, wat door criminelen wordt misbruikt om geld wit te wassen of om inkomsten uit illegale activiteiten te verhullen. Door grensoverschrijdende transacties traceerbaarder te maken en grote cashbetalingen te ontmoedigen, wil de staat deze risico’s verkleinen.
Voorheen moesten bedrijven alleen bij contante betalingen van €10.000 of meer extra verplichtingen nakomen, zoals het uitvoeren van cliëntenonderzoek en het melden van ongebruikelijke transacties aan FIU-Nederland. Nu grote contante betalingen boven de €3.000 helemaal zijn verboden, vervallen deze specifieke administratieve verplichtingen voor veel ondernemers. Daarmee krijgt voortraceerbaarheid en digitale betaling de norm.
Wat betekent dit voor autobezitters en kopers?
Voor consumenten die bijvoorbeeld een tweedehands auto willen kopen bij een erkende autohandelaar verandert er direct iets wezenlijks. Wie tot voor kort nog in staat was om met een grote stapel bankbiljetten tot boven de €3.000 te betalen, moet dat voortaan doen via een andere, traceerbare betaalmethode. Dit betekent dat contant betalen bij een occasionenaankoop van €8.000, €15.000 of zelfs €30.000 niet meer is toegestaan als er een ondernemer bij betrokken is.
Voor autokopers onderling – bijvoorbeeld twee particulieren die via een verkoopplatform als Marktplaats zaken doen – blijft contant betalen boven **€3.000 nog wel toegestaan. Die particuliere transacties vallen namelijk niet onder het verbod. Hier is het dan aan de betrokken personen zelf hoe zij de transactie willen afhandelen.
Uitzonderingen en praktische gevolgen
Het verbod is specifiek gericht op de verkoop van goederen door handelaren. Diensten, zoals die van een kapper of reisbureau, vallen voorlopig nog buiten dit regime. In 2027 komt daar mogelijk verandering in als Europese regels worden uitgebreid, maar voor nu blijft de grens van €3.000 vooral belangrijk bij de verkoop van tastbare producten zoals auto’s, meubels, elektronica en waardevolle verzamelobjecten.
In de praktijk betekent dit dat ondernemers hun betaalsystemen en interne procedures moeten aanpassen. De meeste bedrijven hebben al digitale betaalopties, maar bij kleinere handelaren of op markten kan dit een omslag betekenen. Handelaren mogen ook niet meer proberen het verbod te omzeilen door transacties op te splitsen in kleinere contante bedragen die samen boven de grens uitkomen: dit wordt gezien als één gezamenlijke transactie en blijft verboden.
Nederlandse limiet onder Europese paraplu
Op Europees niveau ligt een bredere regeling in het vooruitzicht. Vanaf 2027 wordt in de hele Europese Unie een maximumlimiet van €10.000 voor contante betalingen aan bedrijven ingevoerd als onderdeel van de Europese anti-witwasverordening. Lidstaten mogen echter strengere nationale grenzen hanteren, en Nederland koos een limiet van €3.000, wat onder het Europese plafond ligt. Dit maakt het voor criminele netwerken lastiger om grensoverschrijdend te profiteren van verschillen in nationale regelgeving.
De keuze voor een lagere grens dan het EU-maximum is ingegeven door een strategische afweging van risico’s en handhaafbaarheid. Nederland wil voorkomen dat grote contante transacties via het land blijven lopen en daarmee criminelen de ruimte geven om witwasactiviteiten te verbergen.
Toekomstperspectief en acceptatieplicht
Naast het huidige verbod op grote contante betalingen werkt de regering ook aan een zogenoemde acceptatieplicht voor contant geld tot €3.000. Dit betekent dat ondernemers contant geld tot die grens moeten accepteren, tenzij daar zwaarwegende redenen tegen zijn, zoals veiligheid of onbemande locaties. Deze verplichting moet de beschikbaarheid van contant geld garanderen en legitime betalingen niet onmogelijk maken, maar de invoering staat gepland voor 2027 en moet nog in wetgeving worden uitgewerkt.
Voor de Nederlandse consument en ondernemer is de impact van deze wetgeving groot, maar helder: contant betalen voor grote aankopen zoals een auto is vanaf nu verleden tijd als er een handelaar bij betrokken is. Banken, dealers, consumenten en instellingen zullen zich aan deze nieuwe norm moeten aanpassen in hun dagelijkse transacties en administratieve processen.











