Televisiepresentator Ruben Nicolai kijkt met gemengde gevoelens vooruit naar een nieuwe fase in zijn leven. Zijn kinderen worden ouder en het moment waarop zij het ouderlijk huis verlaten, komt langzaam dichterbij. Dat vooruitzicht roept bij Nicolai het zogeheten leegnestsyndroom op, een periode die veel ouders herkennen als emotioneel en confronterend. Toch bekijkt hij die fase met een flinke dosis humor en relativering. De huidige problemen op de woningmarkt geven hem daarbij, naar eigen zeggen, zelfs enige geruststelling.
In interviews vertelt Nicolai openhartig over hoe hij aankijkt tegen het moment waarop zijn kinderen zelfstandig gaan wonen. Waar sommige ouders zich vooral richten op de vrijheid die dat met zich meebrengt, overheerst bij hem het besef dat het gezinsleven ingrijpend zal veranderen. De dagelijkse drukte, het geluid in huis en de vanzelfsprekendheid van samen eten of televisie kijken maken dan plaats voor stilte en leegte. “Daar zie ik best tegenop,” geeft hij toe, al voegt hij er meteen aan toe dat hij het onderwerp niet te zwaar wil maken.
Opvallend is zijn nuchtere kijk op de situatie. Nicolai merkt met een knipoog op dat de huidige staat van de Nederlandse huizenmarkt er waarschijnlijk voor zorgt dat zijn kinderen niet van de ene op de andere dag de deur uit zijn. Door de hoge huizenprijzen, het gebrek aan betaalbare huurwoningen en de lange wachttijden, blijven veel jongeren noodgedwongen langer bij hun ouders wonen. Voor Nicolai betekent dat uitstel van het moment waarop hij echt met een leeg huis wordt geconfronteerd.
Die opmerking, die hij zelf duidelijk ironisch bedoelt, raakt aan een breder maatschappelijk probleem. De woningmarkt staat al jaren onder druk en vooral starters hebben het moeilijk. Jongvolwassenen wonen steeds langer thuis, wat gevolgen heeft voor hun zelfstandigheid, maar ook voor gezinnen die zich moeten aanpassen aan een nieuwe realiteit. Nicolai erkent dat dit voor zijn kinderen geen ideale situatie is, maar hij kan het niet laten er ook een persoonlijke kanttekening bij te plaatsen. “Voor mij voelt het stiekem als een soort buffer,” klinkt het.
Tegelijkertijd benadrukt hij dat loslaten onvermijdelijk is. Hij beseft dat zijn rol als vader verandert naarmate zijn kinderen ouder worden. Waar hij vroeger vooral zorgde en regelde, verschuift dat nu naar begeleiden en vertrouwen geven. Dat proces verloopt niet altijd zonder emoties. Nicolai vertelt dat hij zichzelf soms betrapt op nostalgische gevoelens wanneer hij terugdenkt aan de tijd dat zijn kinderen nog klein waren. Die periode ging, zoals bij veel ouders, sneller voorbij dan hij had verwacht.
Het leegnestsyndroom is volgens deskundigen een herkenbaar fenomeen, zeker bij ouders die intensief betrokken zijn geweest bij de opvoeding. Het gevoel van gemis kan samengaan met vragen over zingeving en identiteit. Nicolai herkent dat, maar plaatst het ook in perspectief. Hij ziet het als een natuurlijk onderdeel van het leven en probeert het te benaderen met dezelfde humor die hij in zijn werk gebruikt. “Je moet er ook een beetje om kunnen lachen,” zegt hij, “anders wordt het wel heel zwaar.”
In zijn omgeving merkt hij dat veel leeftijdsgenoten met dezelfde gevoelens worstelen. Gesprekken met vrienden en collega’s bevestigen voor hem dat hij niet de enige is die opziet tegen een leeg huis. Sommigen kijken juist uit naar meer rust en tijd voor zichzelf, anderen voelen vooral verlies. Nicolai ziet daarin geen goed of fout. Volgens hem is het belangrijk dat ouders zichzelf de ruimte geven om die gevoelens toe te laten, zonder zich ervoor te schamen.
Zijn openheid over het onderwerp past bij een bredere trend waarin bekende Nederlanders vaker persoonlijke thema’s bespreekbaar maken. Door zijn ervaringen te delen, hoopt Nicolai het onderwerp te normaliseren. Het idee dat ouders altijd alleen maar blij zouden moeten zijn met zelfstandige kinderen, doet volgens hem geen recht aan de complexiteit van het ouderschap. Trots en verdriet kunnen prima naast elkaar bestaan.
Ondanks zijn relativerende opmerkingen over de huizenmarkt, spreekt Nicolai ook zijn zorgen uit over de toekomst van jongeren. Hij benadrukt dat hij hoopt dat zijn kinderen uiteindelijk hun eigen plek kunnen vinden, ook al betekent dat voor hem een lege keuken en minder leven in huis. Het loslaten hoort erbij, hoe moeilijk dat soms ook is. Voorlopig lijkt die stap echter nog niet direct aan de orde, en dat geeft hem, tegen wil en dank, wat extra tijd om aan het idee te wennen.
Zo balanceert Nicolai tussen humor en ernst, tussen maatschappelijke realiteit en persoonlijke emotie. Het naderende leegnestsyndroom ziet hij niet als een ramp, maar als een nieuwe fase die vraagt om aanpassing. Met zijn kenmerkende nuchterheid probeert hij vooruit te kijken, wetende dat verandering onvermijdelijk is, maar dat er in elke fase ook weer iets nieuws te ontdekken valt.












