Minister voor Asiel en Migratie Mona Keijzer (BBB) verwerpt de kritiek van burgemeester Ahmed Marcouch van Arnhem dat het veelvuldig verplaatsen van Syrische jongeren tussen opvanglocaties bijdraagt aan overlast en geweld. Volgens Keijzer herkent zij dat beeld niet. Marcouch wijst die verhuizingen juist aan als een belangrijke oorzaak van de problemen in zijn stad.
Arnhem kampt al maanden met een groep van ongeveer honderd Syrische jongeren die betrokken zijn bij geweld en overlast. Burgemeester Marcouch sloeg daar eerder al alarm over, onder meer in september en opnieuw afgelopen weekend in Het Parool. Volgens hem krijgen alleenstaande minderjarige vluchtelingen te weinig tijd om zich te hechten aan een omgeving. „Nog voordat ze zich kunnen aanpassen of integreren, worden ze alweer overgeplaatst naar een andere opvanglocatie,” stelde hij.
Keijzer zegt niet te begrijpen wat Marcouch daarmee bedoelt. „Als je Nederland binnenkomt, word je geregistreerd en ga je naar een opvangplek. Als je daar een volledige bende van maakt, ga je naar een andere locatie. Het beeld dat de burgemeester schetst, herken ik niet,” zei zij na afloop van de ministerraad.
Die reactie is opvallend, omdat asielzoekers in Nederland juist vaak moeten verhuizen tussen (nood)opvanglocaties. Dat gebeurt al jaren door een structureel tekort aan opvangplekken.
Marcouch stelt dat hij de problemen meerdere keren onder de aandacht heeft gebracht bij Keijzer en eerder ook bij haar voorganger. Volgens hem bleef een vervolg uit. Keijzer pareert die kritiek scherp: „Als meneer Marcouch vindt dat hij te weinig van mij persoonlijk hoort, dan zou ik zeggen: bel mij even in plaats van dat je de krant belt. Hij heeft mijn nummer.”
De minister zegt wel degelijk contact met de Arnhemse burgemeester te hebben gehad, al was dat volgens haar enkele maanden geleden. „Toen hebben we telefonisch besproken wat er landelijk wordt gedaan.”
Volgens Keijzer bestaat die aanpak onder meer uit het delen van namen van overlastgevers met opvanglocaties. Ze verwerpt het argument dat onzekerheid over de asielprocedure leidt tot crimineel gedrag. „Je hoort vaak dat mensen zich misdragen omdat ze zich vervelen of omdat beslissingen uitblijven. Maar als je jezelf verveelt, ga je niet de boel verstieren en crimineel gedrag vertonen. Dan ga je je gewoon gedragen.”
Daarnaast wijst Keijzer op de verantwoordelijkheid van gemeenten. „Burgemeesters gaan over openbare orde en veiligheid. Dat is ook waar het gesprek gevoerd moet worden en waar gehandeld moet worden.”
Keijzer benadrukt dat zij verantwoordelijk is voor de opvang, niet voor de asielprocedure zelf. Dat dossier ligt bij minister David van Weel. Ook daar dringt Marcouch aan op versnelling, zodat jongeren sneller duidelijkheid krijgen over hun toekomst.
Asielaanvragen van Syriërs lagen tussen december 2024 en juni 2025 grotendeels stil vanwege de val van het Assad-regime. Volgens een woordvoerder van Van Weel zijn de procedures inmiddels hervat, maar kost het tijd om de circa 17.000 lopende en nieuwe aanvragen af te handelen.










