Het nieuwe kabinet staat voor een forse financiële opgave. Om miljarden vrij te maken voor de aanpak van het stikstofprobleem en een sterke verhoging van de defensie-uitgaven, worden ingrijpende bezuinigingen doorgevoerd in de zorg en de sociale zekerheid. Economen en beleidsdeskundigen reageren terughoudend op de plannen en waarschuwen dat het voor het minderheidskabinet lastig wordt om voldoende politieke steun te vinden voor deze koers.
In het vrijdag gepresenteerde coalitieakkoord stellen D66, VVD en CDA dat Nederland “van het stikstofslot af moet en kan”. De komende jaren wordt in totaal 20 miljard euro uitgetrokken om het vastgelopen stikstofdossier aan te pakken. De problematiek raakt meerdere sectoren tegelijk: de landbouw, woningbouw, natuurbeheer en de bredere economie. Volgens de coalitie is ingrijpen onvermijdelijk om verdere stagnatie te voorkomen.
Naast stikstof vormt defensie een tweede grote kostenpost. Nederland moet fors extra bijdragen aan de NAVO, die volgens het kabinet de hoeksteen blijft van de collectieve veiligheid. De defensie-uitgaven nemen de komende jaren sterk toe: van ruim 2 miljard euro extra in 2027 tot uiteindelijk meer dan 19 miljard euro per jaar vanaf 2035. Daarmee volgt Nederland de internationale afspraak om structureel meer te investeren in militaire capaciteit en afschrikking.
Volgens emeritus hoogleraar economie Casper van Ewijk is het akkoord op deze twee dossiers helder. “Wat defensie en stikstof betreft, snap ik de titel ‘Aan de slag’ wel,” stelt hij. “Maar verder is het niet heel vernieuwend.” Van Ewijk mist een duidelijke toekomstvisie op andere grote thema’s. Zo blijft de hypotheekrenteaftrek ongemoeid, wordt er niets gezegd over rekeningrijden en blijft de positie van zelfstandigen zonder aanvullend pensioen onderbelicht. “Een grote groep werkenden bouwt nauwelijks pensioen op. Dat probleem blijft liggen.”
Bezuinigingen raken WW, AOW en zorg
De miljarden voor stikstof en defensie moeten elders worden gevonden. Een van de belangrijkste maatregelen is het verkorten van de maximale WW-duur naar twaalf maanden. Die ingreep levert na 2030 naar verwachting jaarlijks 1,3 miljard euro op. Daarnaast wordt het verplichte eigen risico in de zorg verhoogd van 385 naar 460 euro, wat structureel bijna 4,8 miljard euro per jaar moet besparen.
Een van de meest gevoelige maatregelen betreft de AOW-leeftijd. Die wordt opnieuw volledig gekoppeld aan de levensverwachting. Dat betekent dat als Nederlanders gemiddeld langer leven, de AOW-leeftijd automatisch meestijgt. Sinds 2019 groeide de AOW-leeftijd slechts deels mee, waardoor het aantal pensioenjaren toen gelijk bleef aan het aantal werkjaren. Vanaf 2033 verandert dat: mensen krijgen een vast aantal pensioenjaren. Deze maatregel levert de overheid vanaf dat moment naar verwachting jaarlijks 2,8 miljard euro op.
Van Ewijk noemt deze ingreep “een hele pikante bezuiniging”, omdat zij diep ingrijpt in de levensplanning van werkenden. Tegelijk erkent hij dat de vergrijzing de overheidsfinanciën onder zware druk zet.
Zorg als grootste kostenpost onder vuur
Volgens gezondheidseconoom Marco Varkevisser is ingrijpen in de zorg onvermijdelijk. “De zorg is een van de grootste uitgavenposten. Als andere sectoren moeten inleveren, kan de zorg niet buiten schot blijven.” Hij wijst erop dat het nieuwe kabinet een maatregel terugdraait die het vorige kabinet juist wilde invoeren: het verlagen van het eigen risico. In plaats daarvan komt er nu een verhoging.
Tegelijk worden er verzachtende maatregelen getroffen. Zo wordt jaarlijks 350 miljoen euro beschikbaar gesteld voor chronisch zieken, via gemeenten. Daarnaast wordt het eigen risico gemaximeerd op 150 euro per behandeling. Volgens Varkevisser is dat een verstandige keuze, omdat patiënten niet in één keer een groot bedrag hoeven te betalen en zich tegelijk bewust blijven van de kosten van zorg. Hij merkt wel op dat dit idee niet nieuw is en ook al door eerdere kabinetten werd voorgesteld.
Vrijheidsbijdrage en politieke weerstand
Om de extra defensie-uitgaven te financieren, introduceert de coalitie een zogeheten “vrijheidsbijdrage”. In de praktijk betekent dit dat meer inkomens gedeeltelijk in de hoogste belastingschijf vallen. Volgens econoom Bas Jacobs zal vooral de hogere middenklasse dit merken. Lagere inkomens blijven grotendeels buiten schot.
Jacobs ziet weinig echte hervormingen in het akkoord. Behalve de hypotheekrenteaftrek blijft ook de Wet betaalbare huur ongemoeid, terwijl die volgens veel economen marktverstorend werkt. Hij wijst erop dat het stikstoffonds wel effect kan hebben, maar benadrukt dat dit plan al onder het vorige kabinet is bedacht. Positief noemt hij het terugdraaien van eerdere bezuinigingen op onderwijs en de extra investeringen in klimaat en infrastructuur, al noemt hij die stappen “niet revolutionair”.
De politieke haalbaarheid van het akkoord is onzeker. Omdat het kabinet geen meerderheid heeft in de Tweede Kamer, moet het per maatregel steun zoeken bij oppositiepartijen. Jacobs verwacht dat dit lastig wordt. “Het is een duidelijke rechtspolitieke keuze om defensie te betalen door te snijden in zorg en sociale zekerheid. Dat maakt steun van links moeilijk, terwijl ook populistisch rechts weinig voelt voor een hoger eigen risico of langer doorwerken.”
Belangrijkste punten uit het coalitieakkoord op een rij
20 miljard euro voor aanpak van het stikstofprobleem
Defensie-uitgaven stijgen tot ruim 19 miljard euro per jaar vanaf 2035
WW-duur verkort naar maximaal 12 maanden (besparing: 1,3 miljard per jaar)
Eigen risico zorg stijgt van 385 naar 460 euro
Eigen risico per behandeling gemaximeerd op 150 euro
350 miljoen euro per jaar extra voor chronisch zieken via gemeenten
AOW-leeftijd volledig gekoppeld aan levensverwachting vanaf 2033
Vrijheidsbijdrage: hogere belastingdruk vooral voor hogere middenklasse
Geen hervormingen van hypotheekrenteaftrek, rekeningrijden of pensioen zelfstandigen
Minderheidskabinet, waardoor steun in de Tweede Kamer onzeker is













